Van schuldindustrie naar herstelbeleid: tijd voor “amicable first”

Woord van de voorzitter

Schuldinvordering is een essentieel onderdeel van onze economie. Ondernemingen, zelfstandigen en overheden moeten kunnen rekenen op een correcte en efficiënte inning van hun vorderingen. Tegelijk mogen we niet uit het oog verliezen dat achter elk dossier een mens of onderneming schuilt die tijdelijk in moeilijkheden kan verkeren.

De manier waarop we als samenleving met schulden omgaan, zegt veel over onze economische maturiteit én ons maatschappelijk kompas.

Vandaag zien we nog te vaak dat procedures het vertrekpunt worden in plaats van het sluitstuk. Juridisering volgt snel, kosten lopen op en dossiers verharden. Dat is niet altijd in het belang van de schuldeiser, noch van de schuldenaar, en evenmin van een efficiënt functionerende justitie.

Daarbij wordt een fundamentele dimensie te weinig benoemd: de mentale impact van een gerechtelijke procedure. Wanneer invordering vertrekt vanuit de gerechtelijke macht, ontstaat automatisch een context van druk, dreiging en escalatie. Zelfs wanneer dat juridisch correct gebeurt, creëert het bij veel consumenten een gevoel van intimidatie of machteloosheid. Die mentale belasting bemoeilijkt vaak net de bereidheid tot constructieve oplossing.

Minnelijk invorderen vertrekt vanuit een andere logica. Niet vanuit macht of ambt, maar vanuit oplossing en dialoog. De professionele, “zuivere” minnelijke invorderaar opereert niet als drager van publieke macht, maar als bemiddelende actor binnen een wettelijk gecontroleerd kader. Dat verschil in vertrekpunt heeft een wezenlijk andere mentale impact op de schuldenaar — en verhoogt de kans op herstelgerichte oplossingen.

Daarom pleiten wij als ABR-BVI voor een duidelijke beleidskeuze: maak van “amicable first” de norm in België.

 

Wat betekent dat concreet?

“Amicable first” betekent dat professioneel minnelijk invorderen niet louter een formaliteit is, maar een volwaardige en verplichte eerste fase in elk invorderingstraject.

Dat houdt in:

  • Transparante communicatie over hoofdsom, interesten en kosten.
  • Reële inspanningen om tot haalbare afbetalingsplannen te komen.
  • Voldoende tijd en ruimte voor dialoog.
  • Documentatie van de ondernomen stappen vóór een gerechtelijke procedure wordt opgestart.

Een dergelijke aanpak verhoogt de kans op effectieve terugbetaling, beperkt kostenescalatie en voorkomt onnodige belasting van rechtbanken.

 

Efficiëntie en verantwoordelijkheid gaan samen

Als erkende sectororganisatie vertegenwoordigt ABR-BVI professionele minnelijke invorderaars die onder toezicht staan van de FOD Economie en werken binnen een strikt wettelijk kader.

Wij zijn ervan overtuigd dat efficiëntie en maatschappelijke verantwoordelijkheid geen tegenpolen zijn. Integendeel: een kwalitatief minnelijk traject leidt in de praktijk tot snellere oplossingen, hogere recuperatie en meer rechtszekerheid voor alle betrokken partijen.

Het is bovendien belangrijk om duidelijkheid te scheppen over de rolverdeling in het invorderingslandschap. De minnelijke invorderaar handelt niet vanuit publieke macht, maar vanuit contractuele opdracht en wettelijke regulering. Die positionering vereist transparantie, professionaliteit en controle — maar vermijdt net de psychologische druk die inherent is aan het optreden van een gerechtelijke ambtenaar. Dat onderscheid verdient beleidsmatige erkenning.

 

IOS in een coherent kader

De verdere ontwikkeling van de procedure Invordering Onbetwiste Geldschulden (IOS) moet passen binnen diezelfde logica. Efficiëntie is belangrijk, maar mag nooit losgekoppeld worden van zorgvuldigheid en consumentenbescherming.

Een coherent beleid vereist dat minnelijk overleg aantoonbaar wordt uitgeput vóór een versnelde procedure wordt ingezet. Alleen zo behouden we het evenwicht tussen snelheid en rechtsbescherming.

De rol van de overheid als schuldeiser

Ook de overheid heeft hierin een voorbeeldfunctie. Wanneer overheidsinstanties te snel overschakelen naar gerechtelijke trajecten of geautomatiseerde procedures, ondergraven zij het principe van proportionaliteit dat zij zelf regulerend opleggen aan de markt.

Een herstelgericht invorderingsbeleid vraagt dat ook de overheid consequent kiest voor een volwaardig minnelijk traject vóór juridische escalatie. Dat versterkt niet alleen de betalingskans, maar ook het vertrouwen van burgers in het publieke handelen.

 

Een toekomstgericht invorderingsbeleid

Schulden maken deel uit van het economische leven. De meerderheid van schuldenaren wil betalen, maar botst tijdelijk op liquiditeitsproblemen. Door minnelijk invorderen als fundament te verankeren, creëren we herstel in plaats van escalatie.

Dat is geen zachte aanpak. Het is rationeel beleid.

België beschikt over de expertise en de sectorstructuur om een modern en evenwichtig invorderingsmodel uit te bouwen. Wat nodig is, is een duidelijke keuze voor een systeem dat inzet op dialoog, proportionaliteit en vertrouwen.

Eerst minnelijk, professioneel en gecontroleerd.
Daarna pas gerechtelijk — wanneer het echt noodzakelijk is.

 

Alain De Wit
Voorzitter ABR-BVI

 

Maatschappelijke zetel

ABR-BVI
Congresstraat 35
1000 Brussel
Ondernemingsnummer 0451.264.388
info@abrbvi.be

ABR-BVI is lid van FENCA